Wet- en regelgeving
NIEUW
01 September 2024

De energiebesparingsplicht wordt gehandhaafd. De helft van de gecontroleerde bedrijven voldoet nog niet.

Toezicht op de energiebesparingsplicht is lange tijd een papieren tijger geweest. Dat verandert. Omgevingsdiensten zijn aangeslagen op handhaving en de druk op organisaties die nog niet aan hun verplichtingen voldoen, neemt toe. Verlichting staat standaard op de lijst van verplichte maatregelen.

Halverwege 2024 had de omgevingsdienst slechts een fractie van de grootverbruikers gecontroleerd op het nemen van energiebesparende maatregelen. Van de gecontroleerde bedrijven had de helft in 2024 de verplichte energiebesparende maatregelen getroffen. De andere helft was in overtreding. Dat is een significante bevinding. De wet bestaat al jaren, maar naleving laat op grote schaal te wensen over.

Wie handhaaft en hoe

De energiebesparingsplicht is vastgelegd in de Omgevingswet, die op 1 januari 2024 in werking trad. De handhaving ligt bij de omgevingsdiensten, die namens gemeenten en provincies toezicht houden. Omgevingsdiensten zoeken daarbij aansluiting bij de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht. Het meest voor de hand liggende handhavingsinstrument is doorgaans de last onder dwangsom, die kan oplopen van 750 tot 1500 euro per week of maand, afhankelijk van het type maatregelen dat niet is getroffen.

Afhankelijk van de situatie kiest de omgevingsdienst een passende maatregel, zoals een waarschuwing, een dwangsom of zelfs juridische stappen. Bedrijven krijgen vaak een begunstigingstermijn om alsnog aan de verplichtingen te voldoen. Dat klinkt mild, maar de richting is duidelijk: de tolerantie voor niet-naleving neemt af en de capaciteit voor controle neemt toe.

Als een rapportage ontbreekt of onvoldoende is ingevuld kan de omgevingsdienst een boete opleggen. Wie niet rapporteert loopt dus dubbel risico: zowel voor het niet uitvoeren van de maatregelen als voor het niet nakomen van de informatieplicht.

Verlichting is de meest voor de hand liggende maatregel

De energiebesparingsplicht verplicht bedrijven en instellingen met een energieverbruik boven 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m3 aardgas equivalent per jaar om energiebesparende maatregelen te nemen die binnen vijf jaar terugverdiend kunnen worden. Vervanging van conventionele verlichting door ledverlichting staat expliciet op deze lijst.

Voor de meeste gebouwen is de terugverdientijd van ledverlichting ruim onder de vijf jaar. Dat betekent dat wie nog geen kwalitatieve ledverlichting heeft geïnstalleerd, in overtreding is als het verbruik boven de drempelwaarden ligt. De maatregel is niet optioneel. Ze is verplicht.

Wat te doen als u nog niet voldoet

De eerste stap is inzicht. Een lichtscan of verlichtingsaudit brengt de huidige situatie in kaart: welke armaturen zijn aanwezig, wat is de terugverdientijd van vervanging en welke maatregel is van toepassing op de situatie. Op basis daarvan kan de rapportage aan de omgevingsdienst worden opgesteld en een vervangingsplan worden gemaakt.

Gemeenten en omgevingsdiensten hebben afgesproken dat vóór 2026 alle grootverbruikers gecontroleerd worden op het nemen van energiebesparende maatregelen. Wie nu nog niet voldoet, loopt een reële kans op een controle in de komende periode. Handelen voor die controle plaatsvindt is altijd verstandiger dan reageren nadat een handhavingstraject is gestart.

Bronnen: Noordkop Centraal, Omgevingsdienst worstelt met energietoezicht, 2024. PONT Omgeving, Handhaving van de energiebesparingsplicht, juni 2024. DCMR, Informatieplicht energiebesparen. Informatiepunt Leefomgeving, Handhaving energiebesparingsplicht. RVO.nl, Erkende Maatregelenlijsten energiebesparing.